STUDIEJAREN 1919-1922

Toen de oorlog in 1919 was afgelopen, besloot Hanns Eisler naar het conservatorium te gaan om compositie te studeren. Hij kwam aan het Nieuwe Weense Conservatorium terecht in de contrapuntklas van Karl Weigl, een in die dagen bekende componist van symfonieën. Maar omdat hij de lessen te conservatief vond, verliet Eisler spoedig het conservatorium om privéles te nemen bij Arnold Schönberg. Een vriend had hem verteld dat de lessen bij Schönberg veel beter waren dan aan het conservatorium. Schönberg gaf les in kleine groepen in zijn woonplaats Mödling, 30km van Wenen. Tot 1923 heeft Eisler bij Schönberg lessen gevolgd en zijn hele leven sprak hij vol bewondering over zijn leermeester. Schönberg was een expert in het analyseren van de werken van grote meesters als Bach, Beethoven, Mozart, Schubert en Brahms. Moderne muziek kwam niet aan de orde, maar wel moesten de leerlingen twee keer per week proeven van bekwaamheid afleggen in het schrijven van inventionen, fuga's en dubbelfuga's. Eisler vertelde later dat hij van Schönberg leerde om eerlijk en oprecht te componeren, grootdoenerij werd ten strengste afgekeurd.


"Das Hauptsächliche, was ich Schönberg verdanke,
ist, glaube ich, ein richtiges Verständnis
der musikalischen Tradition der Klassiker...."

"Schönberg war imstande, in einer halbe Stunde mir
ein ziemlich komplizierte Fuge vor zu arbeiten,
und mir zu zeigen, wie man so etwas macht..."

Dann lernte man bei Schönberg etwas, was heute
gar nicht mehr richtig verstanden wird: Redlichkeit in der Musik,
Verantwortlichkeit in der Musik
und das Fehlen jeder Angeberei..."
(Nathan Notowicz: "Gespräche mit Hanns Eisler", Berlijn 1971)


Eisler en Schönberg rond 1920

Inmiddels trouwde Hanns Eisler in Wenen met een zangeres, Charlotte Demant. Zij kregen één zoon George. Later zou Eisler naar Berlijn verhuizen, terwijl Charlotte in Wenen bleef. Het huwelijk werd toen ontbonden. Eisler nam om aan inkomsten te komen in die tijd ook enkele dirigentschappen aan bij arbeiderskoren, ondermeer bij het Karl-Liebknechtkoor. Hier kwam hij voor het eerst in aanraking met het revolutionnaire liedrepertoire uit Oosteuropese landen, dat door dit koor op het repertoire was genomen.

Eén van de liederen die Eisler leerde kennen was het vrijheidslied
van de Poolse arbeiders "Warsjawjanka" uit 1863. In Nederland is het
bekend met de beginregel: "Vijandige stormen doorklieven de luchten"

Ook werd Hanns Eisler leraar aan de "Verein für volkstümliche Musikpflege", een vereniging met als doel het gewone volk muziekkennis bij te brengen. Eisler kwam dus op twee manieren met de arbeiders in aanraking: zowel door de liederen, als door zijn werk aan de volksmuziekschool. Het leidde er toe dat hij zich begon af te vragen wat zijn rol als componist in de maatschappij was, of in zijn eigen woorden: "Für wen mache ich Musik?". Vanaf dat moment ontstaat er een eigenaardige verhouding tot Schönberg: bewondering voor hem als leraar, maar kritisch tegenover zijn ideologie. Terwijl Schönberg theoretisch en muzikaal de meest progressieve componist van zijn tijd was, wilde hij van een sociale funktie van de muziek niets weten en was hij een uitgesproken vertegenwoordiger van het l'art-pour-l'art ("kunst om de kunst") principe, waar Eisler steeds meer kritiek op had.
VERVOLG

terug

home