BERLIJN

(vervolg 1928)
Leraar en schrijver
Behalve componist was Eisler ook een echte leraar, iemand die zijn visie over muziek en maatschappij wilde overdragen. Daartoe had hij twee mogelijkheden: het schrijven van artikelen in het KPD-partijorgaan, "Die Rote Fahne", en het doceren aan de Marxistische Arbeiterschule, waar hij sedert 1928 benoemd was voor het geven van een cursus over "Musik und Proletariat". Het docentschap kwam hem goed van pas om de mentaliteit van arbeiders te leren kennen en hen op te voeden tot liefhebbers van de "hogere" muziek. Zoals hij het verwoordde: "Mozart und Beethoven muss sich das Proletariat genauso erobern wie ein gesunde Wohnung, ein gutes Essen, einen sinnvollen Beruf, eine gute Erziehung seiner Kinder und ein gesichertes Alter."

In zijn artikelen hield Eisler ervan een kritisch geluid te laten horen. Recensies van opera's en concerten wisselde hij af met beschouwingen over de eigentijdse muziek en de houding van musici en componisten tegenover de realiteit van de dag. Zijn eerste artikel uit 1928, "Konzert und Oper 1927", is een terugblik op het concertleven van het voorgaande jaar. Hij hekelt hierin het verschijnsel van de "neue Sachlichkeit", dat, analoog aan wat plaatsvond in de andere kunsten, volgens hem nu ook in de muziekwereld binnengedrongen was. Hij schrijft:
"Die intelligentesten unter den jungen Komponisten, die mehr oder weniger klar spüren dass sie nichts, gar nichts zu sagen haben, erklären: Wir wollen keine Ausdruck mehr in unserer Kunst. Das Pathos Beethovens ekelt uns an. (..) Weg mit dem Gefühl! Schluss mit der Romantik!Musik soll nur ein tönendes Spiel sein, sie soll (..) dem guten Bürger eine angenehme Zerstreuung verschaffen."
Eisler noemt Hindemith de aanvoerder van deze richting, die zich tegen Beethoven en tegen de romantiek afzet. Eisler vindt Hindemith wel een begaafde componist, maar weet nog niet wat hij met hem aan moet. Bij het enthousiasme van Hindemith voor de technologische vernieuwingen van zijn tijd en de bouw van nieuwe machines, zoals vliegtuigen, vergat hij volgens Eisler het werk van de arbeiders die de vooruitgang mogelijk maakten.
(Bij wijze van voetnoot: Een voorbeeld van de interesse voor de technologische wonderen vormde het "Lehrstück" van Brecht/Hindemith uit 1929, over de eerste oceaanvlucht door Lindberg. Hindemith schreef hierbij een muziekpedagogische inleiding, waar Brecht niet erg blij mee was omdat hij deze te oppervlakkig vond.


vliegtuig waarmee Lindberg in mei 1927
de oceaan overvloog, de "Spirit of St. Louis"

De technische vooruitgang becommentarieerde Eisler zelf in zijn cantate voor de radio: "Tempo der Zeit, opus 16" op tekst van David Weber, over het nieuwe vervoersmiddel, het vliegtuig, waar helaas alleen rijke lieden gebruik van konden maken. Dit werk werd op het festival van Baden-Baden in juli 1929 voor het eerst uitgevoerd, evenals het "Lehrstück" van Hindemith en het radiohoorspel "Lindbergflug" in de gezamenlijke versie van Weill en Hindemith.)

Eisler weet erg boeiend te schrijven, zijn beelden zijn vaak ironisch, maar treffend. Steeds weer komt hij terug op zijn eigenlijke thema: de kloof tussen de musicus, met name de componist, en de maatschappelijke werkelijkheid. In het artikel: "Vom bürgerlichen Konzertbetrieb" spreekt hij over het grote aantal concerten dat door musici gegeven wordt, maar waar bijna geen publiek bij is, behalve familie van de solisten, collega's en recensenten. Voor deze concerten moet een musicus uit gegoede familie komen, want hij of zij draait op voor alle kosten, zoals de huur van de zaal, de reclame en de impressario. Een solist moet zover zien te komen dat hij een engagement bij een sinfonieorkest krijgt, want dan pas zal hij geld gaan verdienen. Maar, schrijft Eisler, voor hij zover is, moet zijn familie rijk genoeg zijn om hem te ondersteunen. Schamper merkt Eisler op: "Ein Virtuose kann nur bürgerlicher Abstammung sein. (..)Der Sohn eines Proleten ist noch nie Virtuose, Komponist, Dirigent geworden."

In een vervolg-artikel, "Zur Situation der modernen Musik", gaat Eisler nader in op de situatie van het moderne komponeren. Hij noemt het moderne komponeren het rochelen van een stervende. De lichte muziek, "die Unterhaltungsmusik", krijgt tegenwoordig veel meer bijval dan de zogenaamde serieuze muziek. Dat komt volgens hem vooral omdat de componisten van serieuze muziek zich geïsoleerd hebben van het leven van de gewone mensen. Sommige componisten denken een nieuw recept gevonden te hebben: ze nemen elementen uit de lichte muziek, mengen deze met de serieuze muziek, voegen nog wat ingrediënten van de klassieke muziek toe of wat religiositeit. Maar het resultaat is bedroevend. Eisler raadt de componisten aan: "Tretet endlich aus eurer geistigen Isoliertheit heraus und interessiert euch für alles (..) Wählt euch Texte und Sujets die möglich viele angehen. Versucht eure Zeit wirklich zu verstehen, aber bleibt nicht bei blossen Äusserlichkeiten hängen. Entdeckt den Menschen, den wirklichen Menschen, entdeckt den Alltag für eure Kunst, dann wird man euch vielleicht wieder entdecken."

VERVOLG

TERUG

home