BERLIJN 1930

Eisler werkte met Bertolt Brecht samen vanaf begin 1930. Hun gezamenlijke inspiratie vonden ze in de geschriften van Marx en Lenin.
Het was een roerige tijd: De arbeiders hadden zich georganiseerd in de strijd om een beter bestaan, en tegelijkertijd beleefde men de opkomst van een fascistische beweging onder leiding van Hitler. Om de arbeidersstrijd te steunen, wilde Brecht het theater omvormen tot een middel ten dienste van de bewustwording en strijdvaardigheid van het publiek. Voor zijn theaterteksten, en met name voor de ingevoegde gedichten, en als voor- en naspel, zag hij een belangrijke rol voor de muziek weggelegd. In Eisler vond Brecht een componist die vanuit dezelfde gezindheid als hij werkte aan een soortgelijk ideaal: de omvorming van de muziek tot een middel in de arbeidersstrijd.

Het eerste stuk waarin hun samenwerking tot uiting kwam was "Die Massnahme".

Brecht had in die tijd het traditionele Japanse No-theater ontdekt. Hij hield van de strakke stijl van dit theater in de parabel-vorm en met een moraliserende strekking. In het stuk Der Jasager, dat Brecht vóór Die Massnahme geschreven had, bewerkte hij het Japanse leerstuk Taniko uit de 15e eeuw. De jongen, die in dit stuk hoofdfiguur is, stemt er mee in dat hij in het ravijn geworpen wordt door zijn medereizigers, omdat hij een hindernis vormt voor hun verdere reis. Met Eisler samen wilde Brecht Die Massnahme een meer politiek karakter geven dan dat van Der Jasager. Hij noemde Die Massnahme een "Lehrstück": het ging hem er om een diskussie los te maken over de vraag welk handelen juist is om verandering van de maatschappij te verkrijgen.

De tekst-inhoud is in het kort als volgt: Vier activisten ("agitatoren") worden ter verantwoording geroepen door een commissie van de Communistische Partij. Bij hun activiteiten in China om het communisme te verbreiden waren er allerlei dingen fout gegaan. Dit kwam door onbezonnen handelen van de jongste agitator, "Der Jungen". De Chinese autoriteiten ontdekten dat er door de jongen propaganda voor het communisme bedreven werd. De andere drie agitatoren wilden daarom vluchten uit angst dat ze samen met de jongen ook herkend zouden worden. Maar eerst vroegen zij de jongen of hij het er mee eens was dat hij gedood werd, zodat zij hun werk konden voortzetten. Hij stemde daarmee in (hij was "einverstanden"). De jongen werd gedood en in de kalkgroeve gegooid om al zijn sporen uit te wissen. Was dit handelen juist of niet? De Partij oordeelde van wel.

Het Lehrstück leidde tot heftige diskussies onder het publiek en in linkse en rechtse kringen. Het stuk werd niet echt begrepen, want waarom moest die jongen dood? Brecht bracht er tegen in dat het om een parabel ging: wat kunnen de gevolgen zijn als men het uiteindelijk doel van handelen vergeet en zich door gevoelens van hartstocht laat leiden, zoals de jongen deed? Kan de dood van één persoon noodzakelijk zijn om de strijd voor communisme te winnen?

In het lied van de handelaar komt ook de jongen aan de orde. De handelaar had beloofd om de communistische strijders wapens te leveren. Maar voor hij hiertoe overging, zong hij een lied, zijn lijflied "Song von Angebot und Nachfrage", waarin hij zijn kapitalistische opvattingen aan de jongen duidelijk maakt. De jongen wordt boos en begint de handelaar te haten. Hij loopt weg, maar zijn doel: wapens voor de strijd te verkrijgen, mist hij op die manier.

Gesprek van de jongen met de handelaar en
SONG VON ANGEBOT UND NACHFRAGE